Ga naar de inhoud

Storytelling in video voor zorg, welzijn en bewegen

Zo maak je van een echte praktijksituatie een herkenbaar en geloofwaardig verhaal

Binnen zorg, welzijn en bewegen hoef je voor storytelling meestal geen verhaal te verzinnen.

De verhalen zijn er al.

Een cliënt die weer zelfstandig iets kan doen. Een deelnemer die na lange tijd weer gaat bewegen. Een medewerker die uitlegt waarom bepaald werk betekenisvol is.

De kunst is vooral om zo’n verhaal eenvoudig, eerlijk en duidelijk te vertellen.

Wil je eerst weten hoe storytelling in video in het algemeen werkt? Lees dan Storytelling in video: zo maak je je boodschap sterker.


Waar zit het verhaal?

Een praktisch verhaal kun je vaak terugbrengen tot drie onderdelen.

1. De beginsituatie

Waar stond iemand aan het begin?

Bijvoorbeeld:

Een oudere deelnemer wilde graag meer bewegen, maar vond aansluiten bij een sportgroep spannend.

Dat geeft de kijker direct context.

2. Wat veranderde er?

Laat vervolgens zien wat er gebeurde.

Bijvoorbeeld:

Via een laagdrempelige wandelgroep begon zij één keer per week mee te lopen.

Je hoeft dat niet groter te maken dan het is. Juist concrete kleine veranderingen maken een verhaal geloofwaardig.

3. Wat betekende dat?

Sluit af met het resultaat of inzicht.

Bijvoorbeeld:

Inmiddels wandelt ze regelmatig mee en heeft ze ook nieuwe mensen leren kennen.

Daarmee krijgt het verhaal betekenis.

Beginsituatie → verandering → betekenis.

Meer heb je voor veel korte video’s niet nodig.


Laat liever zien dan vertellen

In plaats van iemand alleen te laten zeggen: “Onze activiteit zorgt voor verbinding.”

kun je dat ook zichtbaar maken.

Laat bijvoorbeeld zien:

deelnemers die samen bezig zijn;

een begeleider die iemand helpt;

een oefening in de praktijk;

een kort persoonlijk antwoord van een deelnemer;

een herkenbaar moment uit de dagelijkse omgeving.

Zo ondersteunt het beeld wat er wordt verteld.

Heb je zelf materiaal opgenomen? In 10 veelgemaakte fouten bij video opnemen lees je waar je tijdens het filmen op kunt letten om later meer bruikbaar materiaal te hebben.

Houd het verhaal geloofwaardig

Storytelling betekent niet dat iedere video emotioneel moet worden.

Zeker binnen zorg en welzijn is het belangrijk dat een verhaal niet groter, mooier of dramatischer wordt gemaakt dan de werkelijkheid.

Een eenvoudige vuistregel:

Laat zien wat er daadwerkelijk gebeurde en waarom dat voor deze persoon betekenis had.

Dat is vaak sterker dan grote claims over impact.

Voorbeeld: een beweegactiviteit

Stel dat een welzijnsorganisatie een beweeggroep organiseert.

Je zou de video kunnen opbouwen als:

Beginsituatie
Een deelnemer bewoog weinig en vond de stap naar een reguliere sportvereniging groot.

Verandering
Hij sloot aan bij een laagdrempelige wekelijkse beweegactiviteit.

Betekenis
Hij beweegt nu vaker en heeft tegelijkertijd meer sociaal contact.

Combineer dat met enkele beelden van de activiteit en een korte uitspraak van de deelnemer.

Dan heb je al een compleet verhaal zonder uitgebreid script of ingewikkelde productie.


Veelgestelde vragen over storytelling

Moet een storytellingvideo altijd emotioneel zijn?

Nee. Een herkenbare situatie en een duidelijke verandering zijn vaak voldoende. Emotie mag ontstaan uit het echte verhaal en hoeft niet te worden geforceerd.

Heb ik echte cliënten of deelnemers nodig?

Niet altijd. Je kunt ook een medewerker een herkenbare praktijksituatie laten uitleggen. Gebruik je wel cliënten of deelnemers herkenbaar in beeld, zorg dan uiteraard dat toestemming en privacy goed geregeld zijn.

Kan een korte social video ook storytelling bevatten?

Ja. Ook in 30 tot 60 seconden kun je een beginsituatie, verandering en resultaat laten zien.